LET OP!

U leest nieuws uit het archief.

Actuele informatie vindt u hier, klik
Collectief winkelverbod winkelcentrum Leidsenhage

Inhoudsopgave

INLEIDING
NATIONAAL
LOKAAL
POLITIE LEIDSCHENDAM-VOORBURG
PROBLEEMSTELLING
DOELSTELLING
DE HUIDIGE AANPAK
DE NIEUWE AANPAK
DE VOORDELEN
DE ( LANDELIJKE) VOORWAARDEN
DE PROCEDURE
DE ONDERNEMER
HET BEVEILIGINGSBEDRIJ
POLITIE LEIDSCHENDAM-VOORBUR
HET OPENBAAR MINISTERIE (OM)
DE GEMEENTE LEIDSCHENDAM-VOORBURG
HET COLLECTIEF WINKELVERBOD
PRIVACY
EVALUATIE


Inleiding
Dagelijks worden er mensen betrapt op het plegen van winkeldiefstal. Dit is maar een klein gedeelte van de mensen die winkeldiefstal plegen, het topje van de ijsberg. In 2004 zijn er 280 mensen aangehouden ter zake winkeldiefstal. Dit aantal mogen we beschouwen als een minimale schatting van het aantal mensen dat winkeldiefstal pleegt.

Nationaal
De huidige situatie inzake winkelcriminaliteit is verontrustend. Er zijn in 2003 landelijk méér dan 5 miljoen winkeldiefstallen gepleegd met een totale schade van € 520 miljoen. Dat is de balans die het vorige jaar moest worden opgemaakt van de jaarlijkse schade die de Nederlandse detailhandel lijdt. De groeiende winkelcriminaliteit leidt tot een groot aantal delicten, die naast het financiële verlies voor de ondernemer, een groot beslag leggen op de capaciteit van de politie en Justitie in Nederland. De Ministeries van Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Economische Zaken (EZ) streven samen met de detailhandel naar een vermindering van criminaliteit en overlast. Een daling van de winkelcriminaliteit met 20% tot 25% in 2006 is de inzet. Deze ambitie is een concrete uitwerking van de Kabinetsnota “Naar een veiliger samenleving”.

Het beheersen van de criminaliteit en het verschaffen van veiligheid zijn topprioriteiten voor de overheid en de detailhandel. Voor het structureel verbeteren van de veiligheid is het van belang dat naast de overheid ook de detaillisten een belangrijke bijdrage leveren door gezamenlijk (preventieve) maatregelen te treffen. Daarom hebben overheid en detailhandel afspraken gemaakt voor de periode 2003-2006 om hun samenwerking voor effectieve en efficiënte werkwijze bij de preventie en repressie van winkelcriminaliteit vorm te geven.
Voor 2003 zijn 20 concrete afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn gebundeld in het convenant ‘Naar een gezamenlijk aanpak winkelcriminaliteit’. Op één van deze afspraken te weten het collectief winkelverbod, wordt in dit plan van aanpak nader ingegaan.

Lokaal
In de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn diverse winkelcentra gevestigd. Het grootste winkelcentrum ligt in de wijk van team Midden, genaamd Leidsenhage. Het winkelcentrum Leidsenhage bestaat uit 179 winkels, waaronder 13 horecagelegenheden. Leidsenhage is enige jaren geleden deels overkapt gemaakt. Het is 24 uur per dag en 7 dagen per week voor het publiek toegankelijk en is centraal gelegen binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. In 2003 is de Noordelijke Randweg Haaglanden , de N14 op het grondgebied van Leidschendam-Voorburg opengesteld voor het verkeer. Door de opening van deze weg ontstaat een snelle verbinding tussen Rijksweg A4 en de N44 en is Leidsenhage zeer goed bereikbaar. Het winkelcentrum is tevens goed bereikbaar met diverse vormen van openbaar vervoer (trein, tram en bus).
Leidsenhage wordt dag en nacht beveiligd door een beveiligingsbedrijf, met dien verstande dat dag en nacht één of meerdere beveiligingsbeambten in het winkelcentrum zichtbaar aanwezig zijn.

Politie Leidschendam-Voorburg
Aan het bureau van politie Leidschendam-Voorburg wordt elk incident waarbij de politie is opgetreden geregistreerd in het bedrijfsprocessensysteem Genesys. Alle processen-verbaal die tegen verdachten zijn opgemaakt, worden ook geregistreerd in het programma “Casescreening” van de afdeling Opsporing.
Uit informatie van het Genesys is gebleken dat er in 2004 250 maal aangifte gedaan is van winkeldiefstal uit Leidsenhage. In onderstaande grafiek zijn de afgelopen jaren hiervan weergegeven.



Probleemstelling
Het probleem is het aantal winkeldiefstallen in het winkelcentrum Leidsenhage gevestigd in de gemeente Leidschendam-Voorburg. De winkeldiefstallen worden gepleegd op alle dagen van de week. De ondernemer, de consument, de politie, justitie, de winkeliersvereniging en de gemeente Leidschendam-Voorburg hebben de aanpak van de winkeldiefstallen als prioriteit benoemd. Het aantal winkeldiefstallen (250 in 2004) is een probleem omdat de winkeldiefstallen de ondernemer geld kost, er ontstaan mogelijk emoties onder het personeel en het is geen reclame voor de ondernemer. De consument zit niet te wachten op strubbelingen tussen beveiligingsbeambten of agenten met winkeldieven tijdens of na een aanhouding. De goede naam en faam van de winkeliersvereniging en de gemeente worden door de winkeldiefstallen aangetast. De aanhoudingen van de winkeldieven kosten de politie en justitie veel arbeidsuren. Het probleem wordt veroorzaakt door 280 personen (223 meerder- en 57 minderjarigen) die zich in 2004 schuldig gemaakt hebben aan winkeldiefstal.

Doelstelling
Te bereiken dat het aantal winkeldiefstallen, zoals genoemd in de kabinetsnota “Naar een veiliger samenleving”,in het winkelcentrum Leidsenhage, met ingang van 1 mei 2006, met 20% tot 25% is gedaald ten opzichte van 2004. De metingen van de huidige situatie en de gewenste situatie vinden plaats door de politie middels hun bedrijfsprocessensysteem Genesys en de Casescreening.

De huidige aanpak
Op het moment dat iemand wordt betrapt op het plegen van winkeldiefstal krijgt hij door de ondernemer of een medewerker van het beveiligingsbedrijf een individueel winkelverbod opgelegd. Hierdoor mag hij gedurende 12 maanden niet in de desbetreffende winkel komen.

Het is nu echter ook mogelijk geworden om collectieve winkelverboden uit te reiken. Hierdoor worden winkelcentra en winkelketens verboden terrein voor zowel de winkeldief die zich meerdere malen schuldig maakt aan winkeldiefstal en personen die strafbare feiten plegen. Dit blijkt uit het schrijven van de minister van Justitie J.P.H. Donner aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 28 684, nr. 35, 29 september 2004.

De nieuwe aanpak
In mei 2004 heeft het winkelcentrum Leidsenhage in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen voor Winkelgebieden (KVO-W) zijn eerste ster ontvangen. Elke twee jaar vind er een hercertificering plaats. Voor de hercertificering moet een plan van aanpak worden gemaakt voor de aanpak van winkeldiefstallen.
In navolging op het winkelgebied Grote Marktstraat – Grote Markt te Den Haag, start het winkelcentrum Leidsenhage in samenwerking met de gemeente en politie Leidschendam-Voorburg met ingang van 1 mei 2005 met de methodiek “het collectief winkelverbod”.
Bij deze nieuwe aanpak werken de ondernemers samen. Een verdachte die voor een tweede maal een strafbaar feit pleegt kan van één van de ondernemers een collectief winkelverbod krijgen. Dit verbod wordt uit naam van alle ondernemers die bij de winkeliersvereniging aangesloten zijn uitgereikt. Een winkeldief wordt zodoende met één verbod uit alle winkels uit Leidsenhage geweerd.

De voordelen
Als voordelen van het collectief winkelverbod zijn onder andere te noemen:
> Een pro-actieve benadering van het probleem winkeldiefstal
> Er is minder sprake van (materiele) schade voor de winkelier
> De verdachte wordt tevens uit andere winkels geweerd
> Het nut van de winkeliersvereniging wordt zichtbaarder
> Tijdwinst voor de winkelier, politie en Justitie
> Een eenvoudig te implementeren maatregel die relatief weinig kost
> Het subjectieve veiligheidsgevoel van de bezoeker van Leidsenhage wordt bevorderd

De ( landelijke) voorwaarden
In de eerder genoemde brief van de minister van Justitie J.P.H. Donner (29 september 2004) wordt een aantal voorwaarden genoemd waaraan moet zijn voldaan voordat een collectief winkelverbod kan worden opgelegd:
> De winkeldief moet op heterdaad zijn betrapt
> Aan alle bezoekers van het winkelcentrum/winkel moet kenbaar worden gemaakt dat gebruik
wordt gemaakt van het fenomeen (collectieve) winkelverboden
> Er moet worden aangeven voor welke delicten een winkelverbod kan worden opgelegd
> De duur van het verbod moet zijn vastgelegd

De procedure

De ondernemer
De verantwoordelijkheid voor het opleggen van een collectief winkelverbod ligt bij de ondernemers. Zij bepalen, in samenspraak met de winkeliersvereniging, in welke gevallen iemand de toegang tot alle winkelpanden in Leidsenhage kan worden ontzegd. Deze bepalingen zullen in een later stadium met het de medewerkers van het beveiligingsbedrijf worden doorgenomen.
De ondernemers conformeren zich aan de aanpak van de winkeldiefstallen middels het collectief winkelverbod. Zij maken dit aan hun consumenten kenbaar in hun huisregels en door middel van een sticker bij de ingang van het filiaal. Op deze sticker staat vermeld dat alle winkels in het winkelcentrum Leidsenhage werken met het collectief winkelverbod. Deze publicatie is te vinden op de internetsite van het winkelcentrum Leidsenhage (www.leidsenhage.nl), bij het kantoor van het beveiligingsbedrijf alsmede bij het informatiecentrum van de gemeente Leidschendam-Voorburg

Wanneer de ondernemer iemand heeft aangehouden terzake een strafbaar feit neemt hij te allen tijde contact op met het beveiligingsbedrijf. De medewerker van het beveiligingsbedrijf controleert of de aangehouden persoon al dan niet:
> Een waarschuwing heeft ontvangen
> Een individueel winkelverbod heeft
> Een collectief winkelverbod heeft

Hierbij kunnen de volgende gevallen zich voordoen:

De verdachte heeft voor de eerste keer een strafbaar feit in winkelcentrum Leidsenhage gepleegd.
De verdachte krijgt hiervoor een individueel winkelverbod uitgereikt voor de winkel waar het strafbare feit gepleegd werd, alsmede een waarschuwingsbrief waarin staat dat hij bij het plegen van een tweede strafbaar feit een collectief winkelverbod opgelegd krijgt.

De verdachte heeft reeds een individueel winkelverbod en wordt aangehouden in de winkel die dit verbod uitgereikt heeft, voordat hij een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd.
De verdachte krijgt een collectief winkelverbod uitgereikt en door een medewerker van het beveiligingsbedrijf wordt namens de ondernemer aangifte gedaan terzake artikel 138 Wetboek van Strafrecht, huisvredebreuk.

De verdachte heeft reeds een individueel winkelverbod en wordt aangehouden in de winkel die dit verbod uitgereikt heeft, nadat hij een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd.
De verdachte krijgt een collectief winkelverbod uitgereikt en door een medewerker van het beveiligingsbedrijf wordt namens de ondernemer aangifte gedaan terzake het strafbare feit en artikel 138 Wetboek van Strafrecht, huisvredebreuk.

De verdachte heeft een individueel winkelverbod en wordt aangehouden in een andere winkel dan degene die hem het individueel winkelverbod heeft opgelegd.
De verdachte krijgt een collectief winkelverbod opgelegd.

De winkelier, een leidinggevende van het filiaal en de medewerkers van het beveiligingsbedrijf zijn gerechtigd om het collectief winkelverbod uit te reiken.

Het beveiligingsbedrijf
Het collectief winkelverbod kan ook door een medewerker van het beveiligingsbedrijf namens de winkeliers(vereniging) worden uitgereikt.
De ondernemer en het beveiligingsbedrijf zijn verantwoordelijk voor de handhaving van het collectief winkelverbod in de winkel, het private domein.
Het beveiligingsbedrijf zal voor de winkeliersvereniging de administratie en registratie verzorgen.
Het collectief winkelverbod kan aan de betrokkene door een medewerker van het beveiligingsbedrijf worden uitgereikt direct na de aanhouding in het winkelpand of later aan het politiebureau.
Het beveiligingsbedrijf draagt er zorg voor dat een kopie van het uitgereikte (collectief) winkelverbod ter beschikking van de politie wordt gesteld.

Politie Leidschendam-Voorburg
De politie is verantwoordelijk voor de handhaving in de openbare ruimte. De ondernemer en/of een medewerker van het beveiligingsbedrijf houden de overtreder van het collectief winkelverbod aan en dragen deze over aan de politie. De politie zorgt dan voor verdere justitiële afhandeling.
De politie houdt van de uitgereikte (collectieve) winkelverboden een eigen administratie bij. Deze administratie zal up to date gehouden worden door de dienstdoende wachtcommandant.
De politie zoekt niet actief in het publieke domein naar mensen die een collectief winkelverbod hebben. De ondernemers en de medewerkers van het beveiligingsbedrijf proberen in de winkels dit verbod wel te handhaven. Heterdaad situaties zullen veelal volgen door een nieuwe aanhouding bij bv winkeldiefstal of door herkenning door winkelpersoneel en medewerkers van het beveiligingsbedrijf.

Het Openbaar Ministerie (OM)
Het OM zal ter zake van artikel 138 Sr. in beginsel vervolgen conform de 'Richtlijn voor strafvordering Huisvredebreuk / lokaalvredebreuk' van het College van procureurs-generaal (Staatscourant 1999, 62 en 2000, 115; geldig tot 31-03-2007). In de praktijk blijkt het zo te zijn dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, het OM betrokkene een transactie aanbiedt of dagvaardt.
De Politieparketsecretarissen (PPS-ers) zijn gemandateerd voor art. 138 Sr.

De gemeente Leidschendam-voorburg
De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Door de aanpak van de winkeldiefstallen middels het collectief winkelverbod werkt zij aan de veiligheid in het winkelcentrum. De gemeente draagt er zorg voor dat de lijst met de deelnemende ondernemers ter inzag ligt op het gemeentehuis gemeente Leidschendam-Voorburg. Deze lijst wordt ook door hen gepubliceerd op de website van de gemeenten (www.Leidschendam-Voorburg.nl)

Het collectief winkelverbod
De duur van het (collectief) winkelverbod is 12 maanden. Van uit te reiken waarschuwingsbrieven en collectieve winkelverboden worden modellen opgesteld. Deze zullen worden verspreid onder de deelnemende ondernemers. Tevens wordt een stroomschema ten aanzien van de werkwijze in geval van opleggen van een collectief winkelverbod opgesteld, hetgeen onder de aangesloten ondernemers en het beveiligingsbedrijf zal worden verspreid.
Voor ontvangst van het collectief winkelverbod moet worden getekend. Indien betrokkene weigert te tekenen zal een medewerker van het beveiligingsbedrijf en een getuige (bv ondernemer of politie) moeten tekenen.

Privacy
De politie maakt slechts foto’s voor opsporingsdoeleinden en stelt geen foto’s ter beschikking aan ondernemers en/of het beveiligingsbedrijf.

Evaluatie
Medio december 2005 zal het onderhavige project door de partijen worden geëvalueerd.